Bibbergeld

In een zeer clichématige reactie maakten zowel aandelen als obligaties een snoekduik in respons op de gestegen rentevoeten en hogere grondstoffenprijzen[1]. De ingehouden vrees voor een nabije inflatieopstoot sloeg in de VS zelfs even om in een paniekerige reactie, na de publicatie van de (onverwacht) sterk verbeterde werkgelegenheidscijfers, en na de eerdere publicatie van de bijzonder kranige kleinhandelsverkopen en de gestegen prijzen in de groothandel.

Grafiek 1: Recente evolutie van NASDAQ, NYSE FANG en de Europese MSCI-index (eurozone). 

Recente evolutie van NASDAQ, NYSE FANG en de Europese MSCI-index (eurozone).

Deze indicatoren duiden erop dat de Amerikaanse economie geen bijkomende incentivering nodig heeft en al gelanceerd is voor een toekomstige groeifase. De (bijna) goedgekeurde nieuwe stimuli dreigen hierdoor een oververhitting uit te lokken, wat onvermijdelijk gevolgd wordt door een resem rentestijgingen die op termijn de economie verregaand kunnen afkoelen.

Dit scenario wordt bovendien aannemelijker gemaakt door de stelling van de Amerikaanse centrale bank, dat de monetaire politiek nog geruime tijd zeer laks zal blijven. Hierdoor dreigt men de economie bloot te stellen aan inflatieschokken en onbeschermd aan haar lot zal overlaten. Door dit standpunt te herhalen, zorgde Fed-voorzitter Powell onbedoeld voor de druppel die de emmer deed overlopen en vertaalde de nervositeit van de beurzen zich in een scherpe daling.

Een begrijpelijke reactie, maar daarom (nog) niet gegrond. Hierdoor ontstaat de zoveelste beleggingsopportuniteit, al zal deze keer met enige terughoudendheid worden gereageerd totdat de nieuwe werkloosheidcijfers op 5 maart bekend worden gemaakt. Over andere tussentijdse conjuncturele indicatoren maken we ons voorlopig echter weinig zorgen.

Ook niet over de recente beursevolutie op zich. Voor dergelijke frenetieke bewegingen op de aandelenmarkten, krijgen we als beleggers nu eenmaal flink wat bibbergeld. Al moet je hiervoor wel het nodige geduld opbrengen en op ieder moment voldoende spreiding in je beleggingsportefeuille nastreven. 

Grafiek 2: Verwachte risicopremie Amerikaanse beurs

Verwachte risicopremie Amerikaanse beurs

De vergoeding voor al dit tussentijds gebibber is overigens recent nog toegenomen. In het vaktechnische jargon heet dit de verwachte risicopremie[2]. Deze cruciale graadmeter wordt gevormd door de verwachte bedrijfsresultaten te relateren aan de kortetermijnrente. Omdat deze laatste niet is gestegen, terwijl de ondernemingswinsten wel verrassend sterk voor de dag zijn gekomen, is de verwachte extra vergoeding voor het aanhouden van aandelen recentelijk toegenomen.

De langetermijnrente is onmiskenbaar wél gestegen, zowel in de VS als Europa. Maar dat mag ons niet verbazen. Ondanks de recente opstoot staan de rentetarieven op 10 jaar overigens nog steeds flink lager dan voor het uitbreken van de pandemie, terwijl de bedrijfsresultaten in de belangrijkste landen wél hun precrisisniveaus in het vizier hebben.

Achter deze recente rente-evolutie gaat dus zeker geen paniekreactie schuil over een voorthollende inflatie. Integendeel, het is eerder een bevestiging van het verwachte economische herstel en in die zin eerder te interpreteren als een teken van vertrouwen in het toekomstige verloop.

Grafiek 3: Evolutie van de langetermijnrente in de VS en de Eurozone

Evolutie van de langetermijnrente in de VS en de Eurozone

Bij een nadere analyse van de recente koersterugval van de S&P Industrials index, de Europese indices en de NASDAQ valt overigens ook het volgende op: de beste vijf sectorale indices sinds 01.01.2020 stonden de afgelopen week helemaal onderaan de performancetabellen. En van de slechtste vijf sectoren sinds het begin van vorig jaar, stonden er op weekbasis vier mee aan de top. Enerzijds verleidt dit ons tot wat zure oprispingen: de reisindustrie, klassieke energie, Europese banken en vastgoed[3] staan weliswaar aan de top over de afgelopen dagen, maar dit is hooguit een dead cat bounce[4]. Fundamenteel blijven deze sectoren echter afrekenen met moordende concurrentiedruk, krimpende marges, oplopende kosten en een somber toekomstbeeld.

Maar het positieve signaal dat uitgaat van deze beweging, mag ook niet worden onderschat. De economische groei straalt momenteel dermate veel kracht uit, dat ook de achterblijvende sectoren mee betrokken worden in de opwaartse golf en dat gegeven zat nog niet in hun aandelenkoers verwerkt. In tegenstelling tot technologiewaarden die hierop al vroeger hadden geanticipeerd en nu het (tijdelijke) slachtoffer werden van wat winstnemingen.  

De versnellingsgraad van het aantal besmettingen en slachtoffers is intussen in belangrijke mate afgenomen[5], maar dat creëert weinig of geen beleidsruimte voor versoepelingen van de huidige maatregelen. Dit is pas mogelijk wanneer de bevolking voldoende gevaccineerd is, zo niet riskeert men een nieuwe opstoot van het aantal infecties zoals in november 2020.

Maar precies die landen met het hoogste aantal besmettingen per inwoner, halen nu echter ook de laagste vaccinatiegraad (op de lovenswaardige uitzondering van het VK na). Nederland is nu (nipt) vaandeldrager in het aantal besmettingen per hoofd. België blijft de koppositie houden inzake het aantal fataliteiten, relatief ten opzichte van zijn bevolking.

Intussen heeft Joe Biden ons herinnerd aan een gekend spreekwoord: er zijn leugens, verdomde leugens en (in overtreffende trap) statistieken[6]. Terecht werd het 500.000ste Amerikaanse slachtoffer van de pandemie op zeer passende wijze herdacht, maar het klopt hoegenaamd niet dat het aantal fataliteiten van de huidige pandemie groter is dan de militaire slachtoffers van de Amerikaanse interventies tijdens WO I, WO II en de Vietnamoorlog combined. Dat zijn er nog 80.000 meer geweest, zonder rekening te houden met de vele gewonden, verminkten en het dodental bij de burgerbevolking. En de materiële schade natuurlijk, waarvan nu geen sprake is.

Intussen doen wij gewoon door. Onversaagd, licht overwogen in aandelen en met toenemende interesse voor de geboden opportuniteiten op de obligatiemarkten.

[1] Met stevige prijsstijgingen voor kobalt, olie en koper, maar het meest van al stegen de houtprijzen!

[2] De verwachte risicopremie meet de verwachte, toekomstige vergoeding voor het aanhouden van aandelen, die een veel volatieler koersverloop kennen dan obligaties op korte termijn. Deze risicopremie vormt de hoeksteen van onze berekeningen om tot een optimale spreiding over diverse beleggingsklassen te komen.

[3] De aandelen in de reisindustrie stijgen in anticipatie van het opheffen van de reisbeperkingen in de nabije toekomst (?) en de mogelijke hedonistische reflex van toeristen, die hun opgekropte reiswoede dubbel en dik gaan compenseren. De klassieke energiesector omwille van de hogere olieprijzen, de banken omwille van de (wat) hogere rente en de vastgoedsector omwille van het heropenen van de winkelcentra. Allemaal argumenten op korte termijn.

[4] Dit is cynisch beursjargon dat verwijst naar een tijdelijk herstel van de aandelenkoersen na een aanzienlijke daling. Meestal wordt dit veroorzaakt door speculatieve aankopen of door aankopen om short posities in te dekken.

[5] De versnellingsgraad is echter overal nog positief, wat betekent dat het aantal infecties blijft oplopen.

[6] De oorspronkelijke bron van deze uitspraak is niet bekend maar op het einde van de 19de eeuw verwees (wie anders dan) Mark Twain hier al naar. Hij had een niet nader bepaald wijs staatsman dit horen zeggen. Men vermoedt dat het om de toenmalige Britse Premier Benjamin Disraeli ging. We kennen deze uitspraak ook in een wat andere vorm: ‘er zijn leugenaars, erge leugenaars en experten’. Enige vergelijking met echte personages is geheel toevallig.