Huiveringwekkend paniekvoetbal

Met de precisie van een sluipschutter en een perfect gevoel voor drama wist een onooglijk streepje DNA – dat niet eens voldoet aan de volle kwalificatie om een levend wezen te zijn – een onwrikbaar gewaand economisch scenario over stag te laten gaan.

De beurzen anticipeerden in de voorafgaande weken nog op het economisch herstel dat zich ongetwijfeld zou inzetten na de beëindiging van het verstikkende Amerikaanse  – Chinese handelsconflict en als gevolg van de doortastende maatregelen die beide grootmachten hadden genomen om hun economische groei terug op gang te trekken.

De rentedalingen in de VS en het substantiële stimuluspakket in China bezorgden de wereldeconomie de nodige energie om een globale versnelling van de industriële activiteit in te zetten. De wereldwijd extreem lage langetermijnrente, in combinatie met de verrassend sterke Amerikaanse bedrijfsresultaten gaven het startschot voor een onverschrokken recordjacht op de aandelenmarkten, die medio februari echter abrupt werd afgebroken.

Voorafgaand had het Covid-19 virus wel tot de nodige bezorgdheid aanleiding gegeven, maar de vastbesloten houding van de Chinese overheid liet initieel een positieve indruk na over de kordaatheid waarmee het nieuwe virus een halt zou worden toegeroepen. Hierdoor had de epidemie tot dan toe weinig of geen impact op de markten.

De plotse omslag kwam er pas na de alarmerende berichten over de onverklaarde verspreiding in Italië en Iran en de kennelijke moeilijkheden om het virus tegen te gaan waarmee men in Zuid-Korea en Japan werd geconfronteerd. De verbeelding slaat dan snel op hol: met de open grenzen in de Europese Schengenzone kan makkelijk het doemscenario van een massale epidemie worden bedacht, terwijl de weinig competente aanpak van het ongeloofwaardige regime in Teheran van gans Azië een makkelijke prooi maakt. De VS is dan meteen ook een vogel voor de kat. De aanduiding van vicepresident Pence als de ultieme bestrijder van de pandemie maakt op de meeste mensen weinig indruk. Het virus staat in zijn vuistje te lachen om zoveel aandacht.

Na een terechte recordrace op de wereldbeurzen in de eerste weken van 2020 moeten nu diepterecords worden opgetekend die ons terugbrengen naar de donkerste weken van de Eurozonecrisis in augustus 2011 en de financiële implosie in 2008. Maar beide crisisperiodes vormden een directe en verregaande bedreiging van het economische systeem, terwijl de uitbraak van dit virus weliswaar zeer ernstig moet worden genomen maar in de komende maanden tegen zijn natuurlijke vijand zal oplopen (stijgende temperaturen).

Dit zou wetenschappers voldoende tijd moeten bieden om een efficiënt vaccin uit te werken waardoor een herhaling van het huidige horrorscenario uitgesloten wordt. De strategie moest er dan in bestaan om voldoende tijd te winnen door de kans op verspreiding zo klein mogelijk te houden. Dat lukte overigens aardig tot de mysterieuze verspreiding in Noord-Italië plaatsvond. Patiënt zero is nog steeds niet gevonden, zodat verregaande maatregelen zich opdringen: evenementen moeten worden afgelast, fabrieken en scholen worden gesloten, consumptie en reizen worden uitgesteld.

Dit luidt ongetwijfeld een tijdelijke terugslag in van de mondiale economische groei, die nadien (gedeeltelijk) zal worden ingehaald en in latere fase zelfs een groeiversnelling kan veroorzaken omwille van de economische stimuli in China en verdere rentedalingen in de VS. In tegenstelling tot het eerdere, algemeen aanvaarde scenario dat de Fed in 2020 geen verdere rentedalingen meer overwoog, gaan de financiële markten er nu van uit dat twee verdere dalingen van telkens 25 basispunten in april en juli zullen volgen, terwijl zelfs een derde renteknip in december een 50/50 kans mee krijgt.

Waar ligt de bodem van de beurskoersen bij een dergelijke paniekreactie? Eerst moet hiervoor de vraag worden gesteld wat eigenlijk de bodem vormt van aandelenprijzen.

Drie factoren zijn hierbij primordiaal.

De eerste peilt naar de renteverwachtingen. Die zijn onmiskenbaar neerwaarts gericht en vormen een belangrijk steunpunt.

De tweede factor is echter meer problematisch en eist meteen de hoofdrol op: de verwachte groeivoet van de Amerikaanse bedrijfswinsten in 2020 moet drastisch verlaagd worden en de initieel voorziene aanwas van 5 % dient substantieel te worden bijgeknipt. Vooral het nulgroei-scenario dat de zakenbank Goldman Sachs in het vooruitzicht stelde trok gisteren een diep spoor van vernieling op de NASDAQ. Het zijn immers evident groeiaandelen die hierdoor het meest getroffen worden. Vanzelfsprekend zal een deel hiervan worden ingehaald in 2021, wellicht al in het tweede semester van dit jaar, maar de onzekerheid hieromtrent is nu nog te groot om al een kalmerende invloed te hebben op de losgeslagen kudde van beleggers.

Vooral aandelen uit sectoren die een directe impact op hun supply chain in Azië te verwachten hebben, krijgen rake klappen. Maar dit lijkt eerder een tijdelijke kwestie, die weliswaar in het huidige kwartaal zware gevolgen kunnen hebben op de verkoopvolumes en winstcijfers van enkele zwaargewichten in de technologiesector. Technologiewaarden beginnen er echter goedkoop uit te zien, wanneer met een mild herstelscenario rekening wordt gehouden. De timing van dit herstel is nu nagenoeg onmogelijk te voorspellen.

Reisbureaus, cruise-operatoren, vliegtuigmaatschappijen, luxegoederen en sportmerken kun je om evidente redenen best nog wel even mijden. Bij dergelijke epische bewegingen op de financiële markten krijg je telkens ook te maken met enkele naschokken.

Die zijn het gevolg van aanpassingen die moeten worden doorgevoerd in de volumineuze passieve fondsen, ETF’s en kwantitatieve fondsen. Op basis van de voorafgaande dalingen van de beursindices en de scherpe stijging in volatiliteit zijn deze fondsen verplicht hun posities verder af te bouwen, wat de dalende trend verder verstrekt. Ook fondsen met bodembescherming worden nu geconfronteerd met hun limieten en moeten verkopen om hun bodemniveau te beschermen. Meteen hypothekeren ze daarmee ook het latere herstel voor hun klanten.

Dergelijke ontwikkelingen zijn vooral af te lezen aan de afschuwelijk scherpe koersval in de slotminuten van de Amerikaanse beursdag op 27 februari. Dit was een combinatie van de hogervermelde technische verkopen en het feit dat bedrijven tijdens de laatste 15 minuten van de beurssessie hun eigen aandelen niet meer mogen inkopen en hierdoor ook de laatste potentiële kopers van het toneel verdwijnen. Na verloop van tijd verzwakt deze neerwaartse trend en krijgt het beursherstel opnieuw een kans.

De derde factor, de risicopremie, slaat vanzelfsprekend momenteel de verkeerde richting in. Maar dat mag niet aan de indicator zelf worden verweten. Die doet gewoon zijn werk: grotere onzekerheid vereist nu eenmaal een hogere vergoeding voor risico en dat drijft de beurzen extra naar beneden. Dit proces duurt zolang tot er enige redelijkheid begint te ontstaan tussen de gevreesde risico’s en de compensatie die wordt geboden op basis van de hogere risicopremie, die helaas gepaard gaat met lagere koersen.

De dramatische beursdalingen van de afgelopen week lijken echter verder te gaan dan een koerscorrectie die in verband staat met deze virale infectie – hoe bedreigend die ook is – en lijken vooral een paniekfase te weerspiegelen. Wanneer precies de gedaalde koersen niet langer een vreesscenario reflecteren maar een opportuniteit beginnen te vormen, is helaas onmogelijk te voorspellen. Pas wanneer het aantal niet-Chinese infecties begint af te nemen, kan de risicopremie verminderen en kunnen de lage rentevoeten de beurzen hoger tillen.

Wie vindt er eigenlijk zo’n onding uit? Inderdaad…

Maar je moet het hem nageven: als de duivel er zich effectief mee begint te bemoeien, dan gebeurt dit met professionele perfectie. Precies op het minst gelegen moment en op de slechts denkbare locaties. Zowel China (vitaal voor het herstel van de wereldeconomie) als Italië (van bijzonder belang voor de eurozone) speelden een cruciale rol voor het aantrekken van de koersen op mondiaal niveau. Dat zich net daar een dergelijke ontwikkeling voordoet, kan geen toeval zijn…

Niet alles is verloren. De obligatiekoersen in onze kernfondsen doen het overigens uitstekend en mitigeren voor een beperkt deel de scherpe koersdalingen op aandelen.

In 2019 kwamen de wereldbeurzen ook regelmatig in zwaar water en onder spervuur terecht, om uiteindelijk toch een meer dan behoorlijk resultaat neer te zetten. De neerwaartse gevolgen die we de afgelopen week in versneld tempo op ons af hebben zien komen, bieden de impact van een gecombineerde financiële crisis én een implosie van de eurozone. Dat is van het slechte teveel.

Om concreet op de vraag te antwoorden: waar ligt de bodem? In alle ernst: de bodem ligt waarschijnlijk boven ons …