De eersten zullen de laatsten zijn. Eventjes, toch.

De wonderbaarlijke beursrally van 2020 bracht de koersen van een beperkt kransje van zwaargewichten uit de technologiesector tot op stratosferische hoogte. De ijle lucht die daar heerst, is echter van aard om ook deze superhelden in ademnood te brengen, wat resulteerde in onzachte landingen op 3 en 4 september. Deze snoekduik maakte meteen ook duidelijk dat er een abrupt einde was gekomen aan een van de beste zomers uit de financiële geschiedenis.

Het ongelijke patroon dat de voorafgaande beursklim typeerde – met name dat de stijging vooral gedreven was door een select clubje van topwaarden uit de digitale economie en enkele technologiereuzen – kenmerkt ook de abrupte daling bij het begin van het schooljaar. Het is zelfs een beetje aandoenlijk: de lijst van de 20 aandelen uit de S&P 500 index met de sterkste krachttoeren tot eind augustus 2020, stemt quasi volledig overeen met de allerzwakste prestaties tijdens de eerste septemberdagen: NVIDIA, APPLE, ABIOMED, AMD, PAYPAL, SALESFORCE.COM … 

De slechtst presterende waarden sedert het begin van dit bijzondere jaar vind je dan als de grote ‘winnaars’ sinds de schoolbel terug rinkelde: De cruiseschip-operatoren CarnivalNorwegian Cruiselines en Royal Caribbean, naast eerder sterk teruggevallen waarden als United AirlinesPVHRalph Lauren en enkele financiële namen. Deze recente koersopstoot is natuurlijk niet in staat om de zware beursverliezen uit de eerste 8 maanden van 2020 te compenseren, noch is de uppercut die de topwaarden als Apple, Amazon of NVIDIA moesten incasseren van aard om hun winstpositie te bedreigen. De NYSE FANG-index en de NASDAQ staan nog steeds respectievelijk ruim 70 % en 25 % in plus[1]. Een gelijkaardig patroon is overigens terug te vinden bij de koersevolutie van de (erg speculatieve) cryptomunten.

Grafiek 1: Evolutie van NYSE FANG, Bitcoin, NASDAQ en MSCI Eurozone sedert 01.01.2020

Evolutie van NYSE FANG, Bitcoin, NASDAQ en MSCI Eurozone sedert 01.01.2020

Zijn we erg rouwig om deze recente ommekeer? Helemaal niet, de asset-allocatie wijzigt er niet onder en onze accenten blijven we als vanouds verder leggen op de digitale economie, cybersecurity, automatisatie en sommige waarden uit de biotech-sector. Na een verschroeiende versnelling tijdens de laatste dagen van de oogstmaand vormt de recente daling zelfs een welgekomen verfrissing.

De populaire financiële pers verwijst echter steevast naar potentiële overwaardering van de toppresteerders uit de technologiesector maar de ommezwaai heeft vooral te maken met de groeiende overtuiging dat een of meerdere afdoende vaccins concreet in zicht zijn en dat reduceert de kans op een nieuwe lockdown aanzienlijk. In die context komen ook de eerder zwaar afgestrafte aandelen uit de covid-sensitieve toeristische en financiële sector en de conjunctuurgevoelige industriële branche terug aan de bak. Niks op tegen. Dit biedt ook kansen aan de Europese beurzen die tot nu toe wat verweesd zijn achtergebleven bij het Amerikaanse (en Chinese) beursgeweld.

De industriële conjunctuur is zowel in de VS, China als Europa duidelijk aan een comeback toe, zij het dat het opwaartse pad hobbelig verloopt en de economische activiteit zich langs gapende afgronden naar boven hijst. Hierbij nadrukkelijk geholpen door de ongeziene, gigantische economische stimuli en extreem lage rentevoeten.

Een illustratie hiervan is de gestage verbetering van de werkgelegenheid in de VS.

Grafiek 2: Werkloosheidsgraad in de VS sedert 1950 

Werkloosheidsgraad in de VS sedert 1950

Dit veroorzaakt een (beperkte) switch in de sectorale positionering binnen de aandelenpositie waarbij het gewicht in technologie wat wordt afgebouwd en vervangen door meer conjunctuurgevoelige waarden, die in de voorbije maanden begrijpelijkerwijze in belangrijke mate waren achterbleven. De sterkst gestegen aandelen worden dan eerst verkocht en dat veroorzaakt een tijdelijke terugslag in de koersen van de vroegere superhelden. Niet meer, niet minder.  De eersten worden (eventjes) de laatsten en omgekeerd.

Dit zorgt er tevens voor dat de beurshausse, die zich eind maart inzette, nu breder wordt gedragen en wat democratischer oogt dan de voorafgaande rally die enkel was gebaseerd op een eliteclubje.

Dit komt als geroepen net wanneer het democratische proces sterk onder druk staat, precies nu dat in de op een na grootste democratie op deze planeet presidentsverkiezingen op stapel staan. Met als ergste nachtmerrie dat een van beide partijen de verkiezingsuitslag – letterlijk – zal aanvechten.

De peilingen geven alleszins nog te weinig uitsluitsel over de mogelijke winnaar. Biden ligt weliswaar enkele procenten voor in de polls, maar heeft duidelijk moeite deze voorsprong te behouden, laat staan verder uit te bouwen. Maar zelfs als we de uitslag nu al wisten, dan blijft het moeilijk om in te schatten wat daarvan de gevolgen zijn. Op het eerste zicht lijkt Trump vanuit beursstandpunt de geprefereerde kandidaat, maar dit enthousiasme dreigt snel om te slaan wanneer zou blijken dat het handelsconflict met China en de EU opnieuw wordt aangejaagd of wanneer de president zich (nog meer dan vroeger) gaat gedragen als een ongeleid projectiel.

Bidens invalshoek over China en de bedrijfswereld zijn vooralsnog onduidelijk. De zittende president probeert zijn tegenstander nu uit zijn tent te lokken door hem te verplichten tot het innemen van expliciete standpunten, waardoor Biden ofwel aan zijn rechter – dan wel aan zijn linkerkant – aanhang zal verliezen.

De huidige situatie bezorgt ons echter een knoert van een déjà vu-gevoel. De geschiedenis herhaalt zich (soms tot vervelens toe). De democratische kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1968 had een gelijkaardige voorsprong in de peilingen op Richard Nixon en kon nog moeilijk verliezen. Humphrey was immers de politieke erfgenaam van de drie enige figuren die (bijna) iedere Amerikaan herkent op basis van een drieletterafkorting: JFK, MLK en vooral de zeer populaire RFK[2]. De huidige onlusten zijn slechts klein bier tegen de rassenrellen en de onrust die volgde op de moorden op Marin Luther King en Bobby Kennedy en dit kort na de volksopstanden in California in ’65. De democratische presidentskandidaat koos voor het massale verzet op straat. Nixon voor Law & Order en dat bleek (nipt) meer Amerikanen aan te spreken.

Vandaar dat Biden nu voor een erg moeilijke keuze staat en Trump van het hele verkiezingsdebat zijn favoriete spel kan spelen.  Het lijkt wel alsof je Federer[3] hebt uitgedaagd voor een duel op leven en dood en aan Roger de wapenkeuze hebt overgelaten. Drie keer raden hoe dat gevecht met de tennisballen zal aflopen.  

[1] In US $-termen, dividenden niet meegerekend.

[2] John F. Kennedy, Martin Luther King en Robert (Bobby) F. Kennedy

[3] In de oorspronkelijke tekst stond hier overigens Djokovic, maar dat hebben we net op tijd nog kunnen wijzigen …