Het weer van morgen? Ongeveer zoals vandaag.

Het duurt meestal maar even, maar soms benijden wij het beroep van weersvoorspeller die bij het opstellen van zijn (of haar) prognose kan terugvallen op seizoenwendingen die min of meer vastliggen in het jaar en zich vooral gretig van de regel van de persistentie mogen bedienen. Een regel die met name inhoudt dat het weer van morgen in 70 % van de gevallen een kopie is van vandaag en vandaar slechts geleidelijk in de tijd wijzigt. Dit levert de kans om de voorspelling ruim bijtijds bij te sturen.

In ons vakgebied kunnen we helaas niet terugvallen op dergelijke wetmatigheden. De seizoenen op de financiële markten houden zich niet aan vaste tijdstippen en er bestaat geen statistisch verband tussen de beursbewegingen van vandaag en morgen. Plotse verschuivingen in beurswaarderingen staan immers dikwijls in verband met onvoorspelbare verkiezingsuitslagen, zoals nu weer het geval zal zijn bij de run-off in de staat Georgia.

Het resultaat bepaalt welke partij de meerderheid vormt in de Senaat. Een Republikeinse meerderheid zou enerzijds een hinderlijk blok zijn geweest aan het been van president Biden maar biedt anderzijds de garantie dat het Amerikaanse beleid niet te veel naar links zou neigen en –bijvoorbeeld – onverhoedse belastingverhogingen zou opleggen.

De Amerikaanse beurzen lijken vooral voor dit laatste te vrezen, zeker wat betreft enkele zwaargewichten als Amazon en Apple die, ondanks torenhoge winsten, hun belastingbijdrage minimaal wisten te houden.

Een Democratische meerderheid verhoogt anderzijds wel de kans op een verhoging van het stimuluspakket en dat zou kunnen leiden tot meer doorgedreven investeringen in de vermolmde Amerikaanse publieke infrastructuur. Eventuele scherpe koersdalingen op de Amerikaanse beurzen zijn daardoor niet uitgesloten, maar zijn een zeer kort leven beschoren. Een stevige dip zal immers onmiddellijk opportuniteiten bieden.

Zowel de US$-wisselkoers als de Amerikaanse beurs reageren voorlopig beperkt negatief op de verschuiving van de meerderheid naar de Democratische partij, die ondanks flinterdunne marges zowel het presidentschap als beide kamers lijkt te hebben ingepalmd. Genoeg om victorie te kraaien, maar onvoldoende om een beleid te voeren dat de andere helft van de bevolking op stang zou jagen.

Op financieel vlak verwachten we op middellange termijn (dat is een paar weken in beursland) dat de markten eerder de toegenomen kans op grotere economische stimuli zullen appreciëren. Hierdoor zal tegelijk de langetermijnrente terug wat verstevigen. Dat zal de koersval van de US$ ten opzichte van de euro en de yuan ombuigen in een geleidelijk herstel.

Op de (nog) wat langere termijn blijven de financiële markten ondersteund door de extreem lage rente, de verwachte impact van de economische stimuli en de hoop op gunstige resultaten van de vaccinatie in de strijd tegen de pandemie.

De onmiddellijke toekomst blijft echter onzeker en dat houdt de beurzen zeer volatiel en moeilijk voorspelbaar. Om de gêne van een verkeerde voorspelling uit de weg te gaan, is de verleiding daarom groot om terug te blikken in plaats van vooruit te kijken. Dit is weliswaar minder risicovol voor de reputatie van de beursanalist, maar is niet altijd zinvol omdat het recente verleden meestal geen goede leidraad is, in tegenstelling met weersvoorspellingen.

Maar voor een bijzonder jaar als 2020 lijkt het ons toch gepast om de voornaamste trends te bespreken. De eerste maanden van het pas ingezette kalenderjaar lijken immers een herhaling te bieden van de vorige lock-downperiode(s). De (bijna) volledige heropening van de economie en het herstel van normale sociale interacties mag ten vroegste pas in de zomer van 2021 worden verwacht. Hopelijk blijft men ook dan nog steeds onnodige concentraties en massa-events vermijden om een opflakkering van het virus (of een mutant ervan) te voorkomen.

Afhankelijk van de sectorale en geografische accenten die in een portefeuille werden gelegd, was 2020 een goed of slecht beleggingsjaar.

In onze geografische keuzes hebben we onze voorkeur voor de VS, China (en India) en noordelijk Europa nooit verborgen gehouden. Deze typerende klemtonen bleken voor 2020 de juiste keuze in te houden. Wat we in de verdere toekomst voorzagen, werd door de pandemie abrupt naar het heden gekatapulteerd. 

Tabel 1: Beursresultaten van enkele landen in 2020: The winners …

Beursresultaten van enkele landen in 2020: The winners …

De sectorale nadruk op technologie, meer bepaald automatisering, robotica en veiligheid, liet ons toe om de zware averij te vermijden die beleggers ondervonden in sectoren als toerisme, luchtvaart, fossiele energie en banken.

Onze nadrukkelijke afwezigheid in deze sectoren is geen toevalstreffer en dateerde reeds van geruime tijd voor de epidemie. Deze expliciete keuze was gemotiveerd door een combinatie van fundamentele principes (zoals de overdreven ecologische voetafdruk van cruise-operatoren, de gebrekkige rentabiliteit en moordende competitie binnen de reis- en luchtvaartsector en de hoge risicograad, verstikkende kapitaalvereisten en toenemende kostendruk binnen de banksector). 

Tabel 2: Resultaten van enkele sectoren in 2020 in beursperspectief: Winners & Losers

resultaten van enkele sectoren in 2020 in beursperspectief: Winners & Losers

De enorme dispersie tussen de verschillende sectoren maakte van 2020 een bijzonder moeilijk beleggingsjaar dat tegelijk grote risico’s inhield maar ook opportuniteiten kon bieden. When the going gets tough, the tough get going …

Ook een misallocatie in geografische zin kon de aanleiding vormen tot ernstige financiële gevolgen, zoals blijkt uit onderhavig lijstje met sterk tegenvallende landenindices.  

Tabel 3: Resultaten van enkele landen in 2020: The losers…

Resultaten van enkele landen in 2020: The losers…

In de onderste regionen zijn een aantal van de usual suspects terug te vinden. Het VK had echter het excuus van de onzekere afloop van de Brexit-onderhandelingen. Brazilië en Mexico werden initieel teruggeslagen door de impact van de pandemie waardoor de grondstoffen- en olieprijzen een zware duik namen. Deze landen wisten echter recent gestaag wat van hun achterstand te recupereren, na de Brexit-deal en de remonte van grondstoffen- en olieprijzen.

Dit laatste zal ook als katalysator dienst kunnen doen voor een bredere groep van groeilanden. Deze groep gaat vandaar in de toekomende maanden een groter gewicht toegekend krijgen binnen onze regionale asset-allocatie. De ontwikkeling van de dollarkoers, de koperprijs en de algemene beursevolutie laten ons toe een modelmatige benadering te maken voor de verwachte evolutie van de groeilanden en deze begint wat positiever te ogen.

Grafiek 1: Evolutie van de groeilanden in vergelijking met onze modelwaarde. 

Evolutie van de groeilanden in vergelijking met onze modelwaarde.

In het weinig benijdenswaardige gezelschap van de zwakste beurzen is helaas ook België terug te vinden. Door het zware gewicht voor bankwaarden en een flink uit de kluiten gewassen brouwerij in de index laat de algemene evolutie van deze beursindex zich gemakkelijk raden. Toch vertelt dit niet het hele verhaal, want zelfs indien we de invloed van de sectorale gewichten verwijderen, dan vallen immers de tegenvallende prestatie van individuele waarden met vergelijkbare bedrijven sterk op.

Denemarken, Zweden, Nederland … kunnen uitpakken met enkele topprestaties van technologische of biotechnologische aandelen, waardoor hun totale index stevig in de plus komt, ondanks zware verliezen bij een aantal andere van hun bedrijven. Je merkt al gauw dat precies daar de Belgische beurs een (serieuze) steek laat vallen[1]. 

Indien je inzake cijfers België aan de top wilt vinden, dan volstaat het om in de COVID-19-statistieken te duiken. Wereldtop. Alleen wil je daar natuurlijk niet zo hoog scoren.

Grafiek 2: Aantal COVID-19-gevallen per miljoen inwoners 

Aantal COVID-19-gevallen per miljoen inwoners

Maar net zoals België het ergst getroffen was tijdens de financiële crisis[2] van 2009 en 2011, blijken we ook bij deze pandemie de hoogste besmettingen per miljoen inwoners te kunnen presenteren, met een schrikbare versnelling begin november 2020.

Gelukkig heeft deze acceleratie wat aan stoom verloren, deels door de genomen maatregelen, deels door het feit dat het virus wellicht ergens een natuurlijke grens heeft bereikt. Welke objectieve redenen kunnen worden aangeduid om een dergelijke ontwikkeling te helpen duiden? Gelukkig is het gezondheidssysteem toen niet gekraakt, al betreuren we ten diepste de slachtoffers van deze opzienbarende opsprong van het aantal besmettingen (per miljoen inwoners).

Grafiek 3: Versnelling in het aantal COVID-19-besmettingen per miljoen inwoners

Versnelling in het aantal COVID-19-besmettingen per miljoen inwoners

Het opvallende onderscheid met andere landen ligt zeker niet aan de mateloze en bekwame inzet in de verzorgings- en distributiesector of aan de goede wil van de meerderheid van de bevolking. Is het het gebrek aan discipline bij een (stevige) minderheid? Of het onoverzichtelijke amalgaan van regels die een adequate opvolging bemoeilijken, de vele uitzonderingen op deze regels, het gebrek aan doortastendheid en afdwingen bij het opleggen van de maatregelen? Of het breed verspreide individualisme …?

Dat laatste is zeker niet terug te vinden bij de vele wandelaars die nu op zondagnamiddag onze laatste resterende bossen en stukjes vrije natuur opzoeken, waarschijnlijk bij gebrek aan alternatief en spanning in de wielercross. Bereidwillig en genereus om hun kennis te delen, willen zij hierbij ook graag van de gelegenheid gebruik maken om onze cultuur verrijken. In dit geval door ons in te lichten over het ruime aanbod aan bier en energiedrankjes in (veelkleurig) blik dat in onze warenhuizen kan worden teruggevonden. Wij wisten inderdaad echt niet dat het aanbod zo ruim was.

Helaas is intussen onze voorraad aan blauwe PMD-zakken volledig uitgeput, zodat wij verplicht zijn om bij deze mede te delen dat wij niet langer kunnen instaan voor het opruimen van deze rotzooi.

Ik heb getwijfeld over België … 

[1] Denk maar aan Galapagos (-57 %), Barco New (-43 %) of Biocartis (-19 %). De goede prestaties van bijvoorbeeld Sofina (43%) of Argenx (68%) wegen helaas niet genoeg door om te kunnen compenseren. 

[2] In termen van (directe en indirecte) steun aan banken, in verhouding met het bbp.