Licht aan het einde van de tunnel

Het moet ergens op het einde van 1980 zijn geweest. Of toch ongeveer.

Ook zo’n sombere periode toen weinigen het nog zagen zitten, zelfs nog minder dan nu. De westerse economie was de volledige instorting nabij, na twee vervaarlijke olieschokken en de inflatietsunami die hierop volgde. De torenhoge rentetarieven van 15 % in de VS en 14 % in België (weeral bij de zwaarst getroffen regio’s) zorgden voor een sneeuwbaleffect, omdat de rentebetalingen gefinancierd moesten worden met een verse lading overheidsschuld. 

Grafiek 1: Rente op Amerikaanse en Belgische overheidsobligaties op 10 jaar 

Rente op Amerikaanse en Belgische overheidsobligaties op 10 jaar

Een rollende sneeuwbal die alras ontaarde in een heuse lawine omdat de overheid steeds dieper in de buidel moest tasten[1] door de oplopende werkloosheidsvergoedingen.

Voeg hier tot overmaat van ramp aan toe dat de jeugdwerkloosheid op dat moment disproportioneel sterk gestegen was omdat de geboortepiek van de babyboomgeneratie zich zowat twintig jaar eerder situeerde.  Hopeloos. Wie van deze jongelui nog 5 frank te besteden had, rolde die in de jukebox om Johnny Rotten’s No future uit de boxen te galmen.  

Het moet inderdaad ongeveer dan zijn geweest dat de legendarische journalist Tuur Van Wallendael aan de voordeur van de Wetstraat 16 de microfoon van de BRT onder de neus van premier Martens duwde. Beide heren waren gekleed in een grauwe regenjas, want het regende weeral. Een diepe frons op het voorhoofd moest de ernst van zijn vraag accentueren: ‘En premier, ziet u al licht aan het einde van de tunnel?’

Het antwoord van onze toenmalige eerste minister belichaamde op onnavolgbare wijze de tragiek van het moment: ‘Ja, inderdaad.’ Dan toch? Er volgde een korte maar spannende stilte vooraleer hij de vraag verder beantwoorde. ‘Als ik mij omdraai.’ De camera kon net niet op tijd wegdraaien, zodat we in een glimp beiden in een schaterlach zagen uitbarsten.  

In de VS was nog maar net tevoren een vreemde snoeshaan als president verkozen, ondanks zijn hoge leeftijd van 69 jaar[2]… Ook hij koos humor als zijn belangrijkste wapen om een boodschap van hoop te brengen. Onmiskenbaar met groot succes, geholpen door dalende olieprijzen en lagere rentevoeten.

Laat u dus ook nu niet ondersneeuwen door doemdenkers - wij hebben alleszins ons best gedaan om een positief licht te laten schijnen en zijn onvermoeibaar blijven wijzen op de belangrijke opportuniteiten die telkens gepaard gaan met historische gebeurtenissen, waartoe de huidige pandemie zeker mag gerekend worden.   

Met de onvermijdelijke derde golf van besmettingen aan de deur, werd opnieuw de wanhoop aangewakkerd. Ook al omdat de strenge maatregelen slechts zeer matig succes hebben gehad bij de eerste en tweede opstoot van de besmetting, ondanks hun ontzettend hoge economische, financiële en sociale kostprijs.

Maar deze keer hoeven we ons niet om te draaien om licht aan het einde van de donkere tunnel te zien schijnen, zoals onze premier dat destijds wel moest doen.

Zowel de vaccins als de natuur zelf zijn nu onze bondgenoten en begeleiden ons bij het slotoffensief tegen het virus. En voor wie mocht twijfelen aan het wapenarsenaal dat ter beschikking van de mensheid staat: mits voldoende inentingen is de efficiëntie van de vaccins meer dan voldoende om de reproductiegraad van het virus drastisch terug te dringen. Ondanks de alarmerende haperingen bij de leveringen van de vaccins, zijn er intussen toch al meer mensen gevaccineerd dan er actieve besmettingen zijn geregistreerd. Wereldwijd alleszins, lokaal kunnen deze cijfers erg uiteenlopen.

De huidige situatie wijkt in economisch en financieel opzicht ook sterk af van de gitzwarte aanvangsjaren van de eighties[3].  

In tegenstelling tot de toenmalige crisis, zullen we nu uit de economische put klimmen, omgeven door extreem lage rente, beperkte inflatiedreiging en bijzonder sterke winstgevendheid van de grootste bedrijven. Een ander opvallend contrast met vroegere crisisperiodes is dat nu de grootste bedrijven (en werkgevers) ook de sterkste winstgroei kunnen voorleggen, zowel in omzet, aanwervingen als winst. En dit in weerwil van de huidige omstandigheden. In voorbije crisissen waren de grootste bedrijven telkens ook de grootste slachtoffers. 

De huidige winstaanwas bij de megabedrijven, zowel in volumetermen als in groeitempo, voelt zelfs bijna onwezenlijk aan. Maar ook de meest recente cijfers bewijzen dit ten overvloede, overtreffen zelfs de meest rooskleurige verwachtingen en overtroeven in ruime mate het gemiddelde van de (Amerikaanse) bedrijven en dat eigenlijk al sinds een tiental jaren.

Grafiek 2: Evolutie verwachte winst per aandeel van Apple, Amazon, Google en Microsoft. 

Evolutie verwachte winst per aandeel van Apple, Amazon, Google en Microsoft.

Maar alle winstgeweld ten spijt is er toch sprake van enige ontgoocheling. Ondanks de zeer opbeurende groeicijfers, die de verwachtingen in ruime mate overstijgen, vertaalt dit zich niet in ruime koerswinsten. Eerder zelfs integendeel. Het argument dat de gunstige ontwikkeling al in de beurskoersen geanticipeerd werd, is weinig overtuigend vermits de ondernemingsresultaten verrassend veel beter waren dan zelfs de meest verregaande voorspellingen (en vandaar nog niet in de beurskoersen konden inbegrepen zijn).

Maar dit lijkt een algemene trend te zijn. We bevinden ons momenteel zowat in het midden van het earnings season[4], met ongeveer de helft van de bedrijven geteld. De gerealiseerde resultaten overtreffen de verwachtingen zelfs met gemiddeld 18 %. Dat gebeurt blijkbaar nog weleens, alleen herinneren wij ons de laatste keer niet wanneer dit heugelijke feit zich nog eens heeft voorgedaan…

Maar het meest opvallend is toch dat de sterk presterende bedrijven hiervoor op de beurs (nog) niet worden beloond: een beter dan verwachte winst leidt gemiddeld zelfs tot een verlies van 0,9 %. Dit is precies hetzelfde resultaat als voor (het beperkte aantal) bedrijven die onder de verwachting zijn gebleven. Vreemd.

De positieve conclusie hieruit kan zijn dat men geleidelijk blijft overstappen van de zeer grote beursgenoteerde bedrijven naar kleinere waarden, omdat in deze groep het opwaartse potentieel in bedrijfsresultaten zich nog verder moet vertalen in substantiële koerswinsten, zoals de grote bedrijven dat hebben voorgedaan. Dit is op zijn minst ten dele waar en veroorzaakt een verschuiving van de aandacht van de beleggers van grote naar kleine aandelen. Daar is op zich niks mis mee. Integendeel, het bevestigt het opwaarts gerichte conjuncturele scenario en dit zet aan tot een graduele verschuiving binnen onze aandelenselectie. Onze sectorale en geografische accenten blijven echter grotendeels behouden, enkel voor kwaliteitsvolle industriële waarden wordt er in de komende weken meer ruimte gemaakt.  

Het voornaamste gevaar dat de aandelenmarkten in de toekomst zal bedreigen, staat momenteel nog nergens als eerste punt op agenda, maar zal gaandeweg aan belang winnen naarmate het conjuncturele herstel zich verder doorzet en de langetermijnrente (vooral in de VS) naar hogere niveaus doet bewegen. Dit is enerzijds onvermijdelijk verbonden met een substantieel economisch herstel, maar is anderzijds nog (lang?) niet aan de orde omdat de Amerikaanse centrale bank ook de rentevoeten op langere termijn redelijk laag zal willen houden om de opwaartse conjuncturele fase alle kansen te geven.

Voorlopig kunnen we nog zorgeloos genieten van de relatief opbeurende conjuncturele indicatoren voor industriële activiteit, zowel in de VS als in Europa. Deze cijfers blijven wijzen op verdere versnelling van groei, zij het tegen een eerder gezapig tempo. Dit zal zich later vertalen in verbeterde werkgelegenheidscijfers. Eens deze vertaalslag zich heeft doorgezet zullen de zorgen echter met de dag toenemen, met name over de sterk opgelopen overheidsbudgetten en de toenemende inflatoire druk. Maar dan zijn we wel al voorbij het EK voetbal, de Olympische Spelen en de Tour.

Laat de meest recente cijfers over de ontwikkeling van de virusbesmettingen u intussen niet tot wanhoop drijven. Opletten blijft nog steeds de boodschap, maar de dreigende derde golf begint zowaar aan momentum te verliezen, nog voor ze goed en wel opgestart is.

Grafiek 3: Versnelling van het aantal COVID-19 besmettingen

Versnelling van het aantal COVID-19 besmettingen

Dit in grote tegenstelling tot de tweede golf die een ware ravage aanrichtte in november, zeker in onze contreien. Dit is zowel een gevolg van de verstrengde maatregelen maar ook van de natuurlijke evolutie zelf, waarbij de meer besmettelijke maar minder gevaarlijke varianten de pas afsnijden van het oorspronkelijke virus.

De versnellingsgraad neemt intussen zienderogen af. Let wel, de acceleratie is nog steeds positief, zodat het aantal besmettingen nog steeds toeneemt, maar tegen een afnemend groeitempo. Indien we verstandig genoeg zijn om massa-evenementen uit te stellen tot een beter geschikt tijdstip in 2022, dan zien we de onmiddellijke toekomst nog vrij rooskleurig in. Net zoals de wereldbeurzen. 

[1] De belastingbetaler werd nadien, met enige aandrang, gevraagd de nodige bijdrage te leveren.

[2] Joe Biden is 78 jaar.  Bij zijn herverkiezingscampagne in 1984 opperde Reagan’s tegenstrever dat de intussen 73 jaar geworden president misschien toch wat te oud was geworden voor een nieuw mandaat van 4 jaar. Het antwoord was legendarisch: ‘Ik zal de jeugd en het gebrek aan ervaring van mijn uitdager niet als argument tegen hem gebruiken…’ Walter Mondale schoot er zelf van in de lach, droop af en verloor met een nooit eerder gezien verschil van de oude Reagan.

[3] Ondanks hun moeilijke start groeiden de jaren tachtig toch uit tot the decade that made us.

[4] Dat is de periode waarin de bedrijfsresultaten over het vorige kwartaal worden gepubliceerd en toegelicht.