Zwakkere conjunctuur, sterkere beurzen?

De werkgelegenheidscijfers die afgelopen vrijdag werden gepubliceerd ontgoochelden over gans de lijn. De Amerikaanse economie slaagde er slechts in om 235.000 nieuwe banen te creëren, terwijl er 725.000 eenheden in het vooruitzicht waren gesteld.

Het teleurstellende cijfer wordt in verband gebracht met het succes van de Deltavariant van het virus en –zij het in mindere mate – met een aarzelende houding van potentiële kandidaten bij de invulling van de vacatures, die twijfelen tussen het aanvaarden van een nieuwe betrekking en het behoud van hun sociale uitkering.

Na een korte dip recupereerden de aandelenmarkten echter vrij snel. Als de terugval in werkgelegenheid inderdaad toe te schrijven viel aan beide factoren, dan is er meteen ook een oplossing in zicht. Van de nieuwe COVID-variant werd immers verwacht dat het aantal infecties in de VS een piekwaarde zou bereiken tijdens de laatste week van augustus, naar analogie met het verloop in Europa waar het gemuteerde virus een maand eerder zijn (voorlopige?) piekwaarden liet optekenen.  

Grafiek 1: Nieuwe besmettingen op weekbasis per miljoen inwoners

Nieuwe besmettingen op weekbasis per miljoen inwoners

De curve die de infectiegolf in de VS in kaart brengt, buigt de laatste dagen inderdaad het hoofd. In substantiële mate zelfs, zodat in de komende maanden een krachtige rebound van de werkgelegenheid wordt verwacht in die sectoren waar nu de belangrijkste terugval in het aanbod van nieuwe banen moest worden opgetekend, met name de vrije tijds-sector, hotels en restaurants.   

In Groot-Brittannië heeft het virus opnieuw voldoende krachten en inspiratie kunnen opdoen dankzij de afbouw van de beschermende maatregelen en de terugkerende legioenen van de Spaanse kusten. Een najaar- en winteroffensief lijkt daarom haast onvermijdelijk.

Anderzijds moet de moeilijke invulling van nieuw opengestelde vacatures naar alle waarschijnlijkheid in verband worden gebracht met de –naar Amerikaanse normen –hoge en soepele werkloosheidsvergoedingen, maar hiermee is meteen ook het tijdelijke karakter van dit voorspelbare gedrag getypeerd. Wanneer de sociale voorzieningen drastisch zullen worden teruggedraaid, dan is dit probleem meteen ook van de baan. Intussen zien bedrijven zich echter verplicht om de lonen te verhogen, wat vanzelfsprekend inflatoire gevolgen zal hebben. Dit aspect is het tweede negatieve element dat vervat zat in de teleurstellende werkgelegenheidsstatistieken van vrijdag. De lonenstijgingen versnelden over gans de lijn en in alle sectoren, meest van al nog in de kleinhandel. Dit duidt op krapte in het aanbod van werknemers waardoor bedrijven zich genoodzaakt zien om via een opbod in salarissen personeel naar zich toe te trekken.

Dit cijfer mag echter in de komende maanden niet (veel) verder oplopen op de inflatiedoelstellingen niet al te brutaal te overtreden. 

Grafiek 2: Maandelijkse wijziging van de loonmassa in de VS.

Maandelijkse wijziging van de loonmassa in de VS.

De Amerikaanse centrale bank is echter voorlopig niet verontrust over deze evolutie en gaat ervan uit dat de opstoot in inflatie die momenteel onmiskenbaar wordt waargenomen toe te schrijven valt een tijdelijke factoren die in verband staan met verstoringen in het aanbod van grondstoffen, intermediaire goederen en sommige dienstverleningen (vooral merkbaar in die sectoren die het meest te lijden hebben gehad onder de diverse lockdowns en vandaar de zwaarste inspanning moeten leveren om terug op een quasi normaal peil van bedrijfsactiviteit te geraken).

Ondanks een verdere klim van de groothandelsprijzen (gemeten met de PPI-index), lijkt de stijging van de prijzen in de kleinhandel voorlopig niet te versnellen. Hierdoor stabiliseert ook de verwachte inflatie en moet er geen rekening worden gehouden met een abrupte toename van het rentepeil. De Amerikaanse bank moet daarom niet versneld ingrijpen in haar huidige, zeer expansieve monetaire politiek.

De aankondiging over de start van de tapering1 wordt pas in december verwacht en er is weinig of geen druk om de beleidsrente in de komende maanden te verhogen. Binnen twaalf maanden verwachten we wel een opwaartse beweging met 25 basispunten, naar alle waarschijnlijkheid gevolgd door twee bijkomende verhogingen in 2023. Allesbehalve een ramp: Statistisch stijgt de Amerikaanse beurs immers gemiddeld met 10% in het jaar dat volgt op een eerste stijging van de beleidsrente (weliswaar, na een oorspronkelijke dip).

De conjunctuurbarometers geven aan dat de Amerikaanse economie momenteel een adempauze doormaakt, zowel in de industrie als de dienstensectoren maar dat belet niet dat de bedrijfsresultaten ook in het derde kwartaal een vervolg zullen breien aan hun succesverhaal, zij het met een minder spectaculair groeicijfer en grotere onderlinge verschillen.

Ook de conjuncturele vooruitzichten in Europa worden neerwaarts bijgestuurd, voornamelijk omwille van het steeds opnieuw uitstellen van een volledige en ongehinderde heropstart van de economische activiteit op alle fronten. De voortwoekerende pandemie lijkt echter nog moeilijker onder controle te brengen dan oorspronkelijk verwacht, ondanks massale vaccinatiecampagnes.  De verraderlijke mutaties van het virus, het roekeloze reisgedrag en de afnemende efficiëntiegraad van de vaccins maken van het najaar van 2020 een gevaarlijk tijdsvenster voor investeerders, bedrijven en consumenten die begrijpelijk terughoudend zijn met investeringen, aanwervingen en bestedingen. Uitstel is echter geen afstel.

De eindoverwinning op het virus wenkt ergens in de verte, maar vereist meer geduld, discipline en het realistisch besef dat ook gewenning aan zijn min of meer permanente aanwezigheid nodig zal zijn om een normalisatie van de economische activiteit te bereiken. Het weerhoudt ons er in ieder geval wel van om stevig door te gaan met het opvoeren van conjunctuurgevoelige industriële bedrijven en doet ons terugplooien naar de oude, succesrijke keuzes in de technologiesector en bedrijven die nauw aansluiten bij de huidige trends in consumptieve bestedingen.

Lage rente, zonder noemenswaardige druk op het korte of het lange eind van de rentecurve, stabilisatie van de inflatie-indicatoren en een verwachte, verdere toename van de bedrijfswinsten creëren nieuwe opportuniteiten voor aandelenmarkten die zich schoksgewijs kunnen realiseren over de komende maanden. Vermits de meeste Westerse aandelenindices zich echter op recordniveaus bevinden zijn de financiële markten echter kwetsbaar voor plots opduikend slecht nieuws op het geopolitieke front of op het gezondheidsvlak en er is vanzelfsprekend al een flink stuk van het toekomstige winstpotentieel verwerkt in de huidige koerspeil. Dit evidente gegeven belet ons niet om toch nog een volgende bladzijde aan het scenario van koersstijgingen toe te voegen.

Te veel van het goede? Zoals de legendarische Mae West het kernachtiger dan wij wist te verwoorden: Too much of a good thing … can indeed be wonderful.  

[1] Hiermee wordt de graduele afbouw van de aankoopprogramma’s van obligaties van de centrale bank bedoeld. De centrale banken (In de VS, Europa, China en Japan) ondersteunen momenteel met gigantische aankooppakketten hun obligatiemarkten en drukken hiermee de lange termijnrente.